Wat moet er in hondenvoer zitten?

Honden zijn carnivoren, oftewel vleeseters. Hun tanden zijn gemaakt voor het bijten, verscheuren en vermalen van vlees en botten. Zij hebben een kort darmkanaal, met enzymen die goed zijn in het verteren van eiwitten (maar niet zo goed in het afbreken en opnemen van plantaardig materiaal). Het is daarom logisch dat de voeding van jouw hond op vlees gebaseerd moet zijn.

Honden zijn opportunisten, wat betekent dat ze alles eten wat op hun pad komt, zoals het afval in de keuken en het gras in de tuin. Groenten, fruit en granen leveren wel voedingsvoordelen op, maar ze hebben vlees nodig als hun belangrijkste voedingsbron.

Dit artikel behandelt de acht bouwstenen van voeding. Al deze bouwstenen zijn nodig in een goed uitgebalanceerd dieet, ongeacht het ras of de leeftijd. Maar de hoeveelheden van deze voedingsstoffen die elke hond nodig heeft, verschilt sterk ten gevolge van individuele verschillen. Puppy’s en volwassen honden hebben verschillende hoeveelheden nodig, evenals gesteriliseerde en drachtige teven of actieve en inactieve honden. In de beste hondenvoeding zitten eiwitten, vetten, koolhydraten, vezels, water, enzymen, vitaminen en mineralen.

Eiwitten

Eiwitten zijn de belangrijkste bouwstenen voor je hond. Ze zijn ook het meest voorkomend bestanddeel van het lichaam van je hond. Zo heeft een hond eiwitten nodig voor de aanmaak van haar, nagels, pezen, kraakbeen en alle bindweefsels die de rest van de weefsels en organen in haar lichaam ondersteunen. Voldoende eiwitten zijn belangrijk voor de groei en ontwikkeling van jouw hond, de ontwikkeling en kracht van zijn spieren, een goed functionerend immuunsysteem, de productie van goed werkende hormonen, het juiste bloedvolume, het herstellen en voorkomen van verwondingen, en nog veel meer.

Indien nodig kan het lichaam van je hond ook eiwitten gebruiken om energie te produceren. Vetten en koolhydraten zijn veel gemakkelijker beschikbare energiebronnen, maar honden kunnen eiwitten afbreken en omzetten in energie als dat nodig is, bijvoorbeeld wanneer de voedselvoorraad laag is.

Eiwitten bestaan uit een aantal deeltjes die we aminozuren noemen. Als je hond eiwitten eet, breken enzymen die de alvleesklier in de darmen afscheidt, de eiwitten af in kortere ketens van aminozuren, deze heten polypeptiden. De polypeptiden zijn klein genoeg voor de darmen om te absorberen. Het lichaam van een hond maakt 20 verschillende aminozuren aan – sommige zijn essentiële aminozuren en andere zijn niet-essentiële aminozuren. Zoals de naam al aangeeft, heeft je hond essentiële aminozuren in zijn voeding nodig. Voedsel dat alle essentiële aminozuren bevat, wordt een complete eiwitbron genoemd. De niet-essentiële aminozuren zijn niet-essentieel. Als je hond ze niet uit de voeding kan halen, dan zal het lichaam dat zelf aanvullen door andere aminozuren om te zetten in de aminozuren die hij mist.

Jouw hond kan eiwitten van zowel dierlijke als plantaardige bronnen binnenkrijgen. Maar alleen eiwitten van dierlijke oorsprong zijn complete eiwitbronnen, en ze zijn niet allemaal compleet. Voorbeelden van complete eiwitbronnen die van dieren afkomstig zijn eieren, volle melk en mager vlees. Granen zijn een andere belangrijke bron van eiwitten in hondenvoer, maar het zijn onvolledige eiwitbronnen omdat ze niet alle essentiële aminozuren bevatten die je hond nodig heeft. Plantaardige eiwitbronnen dat vaak in hondenvoer worden gebruikt zijn sojabonen, tarwe en maïs.

De belangrijkste bron van eiwitten voor je hond moeten uit dierlijke producten zijn, geen granen. Koop geen hondenvoer waarin soja of maïsgluten de primaire of secundaire eiwitbron zijn. Honden hebben niet de enzymen om granen goed te gebruiken als voornaamste eiwitbron.

De European Pet Food Industry Association (FEDIAF) is de organisatie die richtlijnen opstelt voor de soorten en hoeveelheden voedingsstoffen die honden in hun voeding nodig hebben. De FEDIAF heeft bepaald dat voeding voor volwassen honden niet minder dan 18 procent eiwit moet bevatten, en dat voeding voor zogende teven of puppy’s minimaal 22 procent eiwit moet bevatten. Militaire of politiehonden, sledehonden en andere honden die elke dag hard werken of onder stress staan, kunnen meer eiwitten nodig hebben. Honden die herstellen van een blessure of operatie kunnen ook meer eiwit nodig hebben, om spieren, pezen en banden te herstellen.

Niet alle complete eiwitbronnen zijn gelijk. Een koeienhoef en een mager stuk vlees kunnen beide alle essentiële en niet-essentiële aminozuren bevatten, maar jouw hond kan de aminozuren die hij nodig heeft gemakkelijker uit het stuk vlees halen dan uit de koeienhoef. Sommige eiwitten zijn nu eenmaal beter verteerbaar dan andere. Dus hoe weten we welke eiwitbronnen verteerbaar zijn en welke niet? Dit doen voedingsdeskundigen door eerst de hoeveelheid eiwit in het voer te meten, voeren het vervolgens aan de honden en meten daarna de hoeveelheid eiwit in de uitwerpselen. Het verschil tussen hoeveel er in het voer zat en hoeveel de hond uitscheidt, geeft aan hoeveel de hond ervan heeft opgenomen, dit is het verteerbare eiwit. Onverteerbare eiwitten zijn niet nuttig voor je hond omdat ze het system van je hond passeren zonder te worden afgebroken tot opneembare voedingsstoffen. Haar en veren zijn ook een goedkope bron van eiwitten, maar ze zijn onverteerbaar. In goed hondenvoer moeten dus hoogwaardige eiwitten bevatten.  Hoogwaardige eiwitten zitten vooral in vis, vlees, melk en eieren. Als er kwalitatief goed vlees, vis of eieren in het voer zit dan kun je er zeker van zijn dat het hondenvoer voldoende goede eiwitten bevat. Vlees, vis en eieren zijn duurdere ingrediënten. Het is daarom niet verrassend dat hoe beter verteerbaar het eiwit is, hoe duurder het hondenvoer. Je krijgt dus waar je voor betaalt.

Pas op met voer dat meer dan 90 procent verteerbaarheid adverteert. Het hoogste kwaliteit hondenvoer is voor 82-86 procent verteerbaar, terwijl goedkoop voer (goedkope merken die je in de supermarkt kunt kopen) rond de 75 procent ligt. Het verteerbaarheid van hondenvoer staat niet op het etiket vermeld, maar de meeste hondenvoerfabrikanten geven die informatie op verzoek.

Als jouw hond veel ontlasting heeft, dan kan dat een teken zijn dat zijn voer niet goed verteerbaar is.

Vetten

Vetten zijn een belangrijke bron van energie voor honden. Honden die buiten in de kou leven, hebben meer vet nodig om de energie te leveren die ze nodig hebben om warm te blijven. Politie- en werkhonden hebben voldoende vet nodig zodat ze hun energie niet uit koolhydraten of eiwitten hoeven te halen.

Maar vetten doen meer dan je hond van energie te voorzien. Ze helpen ook de huid en voetzolen soepel en de vacht gezond te houden. Een allergische hond de juiste hoeveelheid en het juiste type vetten geven, kan een enorm verschil maken in hoeveel ze krabt. Vetten zorgen er ook voor dat vetoplosbare vitamines vanuit de darmen in het lichaam terechtkomen. Deze vitaminen zijn essentieel voor de gezondheid. De enige manier voor de hond om deze vitamines op te nemen is als ze voldoende vet eet om ze in haar lichaam te brengen. Bovendien maakt vet, het eten van de hond smakelijker, wat belangrijk kan zijn om zieke honden te helpen met genoeg eten.

Vetzuren zijn het belangrijkste bestanddeel van vet. Honden hebben eigenlijk alleen omega-6 vetzuur (linolzuur) nodig, omdat ze dat niet zelf kunnen aanmaken. Linolzuur houdt de huid van je hond soepel en buigzaam, en haar voetzolen en neusleer soepel. Honden met een tekort aan linolzuur hebben een vale, droge vacht en droge, gebarsten voetzolen. Gelukkig hebben honden niet veel linolzuur nodig. Goede bronnen zijn rundvlees, varkensvlees, kip en de oliën uit maïs, saffloer en sojabonen.

Omega-3 vetzuren kunnen honden met allergieën ook helpen door de ontstekingsreacties in hun huid onder controle te houden. Omega-3-vetzuren zijn goed voor een droge huid en stijfheid als gevolg van artritis verminderen. Maar omega-6- en omega-3-vetzuren hebben een aantal tegengestelde werkingen, dus je moet er zeker van zijn dat je hond een evenwichte verhouding tussen deze twee vetzuren krijgt. Streef naar een verhouding tussen omega-6- en omega-3-vetzuren van ongeveer 5 op 1. Het is beter voor je hond om via de voeding de juiste verhouding omega-6- en omega-3-vetzuren binnen te krijgen dan wanneer je het in supplementvorm probeert te geven. Zoek hondenvoer met saffloer- of maïsolie voor omega-6-vetzuren en visolie of vismeel voor omega-3-vetzuren.

De verhouding tussen omega-6- en omega-3-vetzuren staat vermeld op de verpakking van kwalitatief goed hondenvoer, dus als je hond huidproblemen heeft, kies dan voor hoogwaardig hondenvoer met de juiste verhouding tussen omega-6 en omega-3.

Hoewel je hond vet nodig heeft in zijn voeding, kan te veel vet bijdragen aan overgewicht, het grootste gezondheidsprobleem bij honden. Overtollig vet kan ook het spijsverteringsproces vertragen en misselijkheid, diarree en braken veroorzaken. Vetrijke voeding speelt ook een rol bij de ontwikkeling van pancreatitis, een ontsteking van de alvleesklier die kan leiden tot zeer ernstig braken en soms zelfs de dood. Je moet dus het vetgehalte in de voeding van je hond onder controle houden. Door hondenvoer van hoge kwaliteit te geven (en niet te veel extra’s), goed letten op gewicht van jouw hond en ervoor te zorgen dat hij voldoende beweging krijgt, kun je voorkomen dat hij zwaarlijvig wordt. Aan de andere kant betekent het niet dat een vetarm dieet goed is voor honden. Te weinig vet kan leiden tot een droge, schilferige huid, droge, gebarsten voetzolen en een doffe vacht. Lees het etiket van het hondenvoer voordat je een dieet voor je hond kiest en let op verandering in de vacht en huid. Als de vacht en de huid van je hond er met een dieet niet goed uitzien, probeer dan een ander dieet.

Koolhydraten

Elke cel in het lichaam van je hond heeft een constante toevoer van koolhydraten nodig, met name in de vorm van glucose, om goed te kunnen functioneren. Het is zelfs zo belangrijk voor de cellen om glucose te hebben dat het lichaam het hormoon insuline aanmaakt om de glucose in de cellen te krijgen. Glucose is vooral belangrijk voor de hersenen en de spieren van je hond. Koolhydraten helpen ook bij de vertering van andere voedingsstoffen, met name vetten. De koolhydraatbehoefte van je hond  varieert naargelang zijn activiteit, gezondheid en algehele energiebehoefte.

Suikers, zetmeel en cellulose (voedingsvezels) zijn vormen van koolhydraten. Suikers en zetmeel zijn enkelvoudige koolhydraten omdat ze direct beschikbaar zijn als glucose of kunnen worden afgebroken tot glucose. Bronnen die enkelvoudige koolhydraten bevatten zijn bijvoorbeeld groente en fruit, zoete aardappelen, peulvruchten, aardappels, rijst, havermout, maïs en tarwe. Enkelvoudige koolhydraten zijn gemakkelijk te verteren voor je hond als ze goed gekookt zijn; ze geven het voer ook meer textuur, waardoor het smakelijker wordt. Cellulose, het belangrijkste koolhydraat in de stengels en bladeren van planten, is een complex koolhydraat. Honden hebben niet de enzymen om cellulose te verteren (de meeste dieren hebben dat niet), maar het dient als vezel, helpt het water in de dikke darm te reguleren en helpt bij de vorming en eliminatie van uitwerpselen. Hondenvoer waar groente en fruit in zitten zijn beter voor je hond. Maar alleen maar groente en fruit toevoegen heeft natuurlijk een hoog prijskaartje. Groente en fruit zijn duurder dan ingrediënten zoals aardappel, rijst, haver, maïs en tarwe. Hondenvoer met suiker moet je vermijden, hoewel sommige fabrikanten nog steeds suiker toevoegen om het voer lekkerder te maken. Andere ingrediënten die je liever niet of zo weinig mogelijk in je hondenvoer wil hebben zijn, granen, maïs, soja en afvalproducten van kip. Deze ingrediënten zijn moeilijk te verteren voor je hond. De FEDIAF heeft geen aanbevolen minimum- of maximumwaarden voor koolhydraten in hondenvoer. Koolhydraten vormen de rest van het voer nadat vetten, eiwitten, vezels, vitaminen en mineralen zijn toegevoegd.

Vezels

Vezels zijn een belangrijk bestanddeel van hondenvoer. Het geeft bulk aan het voer en helpt de darminhoud water op te nemen, wat resulteert in gezonde ontlasting die gemakkelijk wordt uitgescheiden. Als een voeding te weinig vezels bevat, kan de hond dunne ontlasting hebben, omdat er niets is om de ontlasting te helpen vormen. Als een voeding te veel vezels bevat, zal het veel sneller door het maag-darmstelsel gaan, waardoor de spijsvertering minder efficiënt verloopt en de ontlasting hard en samengeperst wordt.

Bietenpulp is een uitstekende bron van vezels. Het is het gedroogde residu van suikerbieten, die eerst zijn schoongemaakt en ontdaan van kroontjes, bladeren en zand, en vervolgens zijn gebruikt voor het winnen van suiker voor menselijke consumptie. Gedroogde tomatenpulp is een andere goede bron van vezels. Het is het gedroogde mengsel van tomatenvellen, pulp en geplette zaden, een bijproduct van de fabricage van tomatenproducten. Het meeste hondenvoer bevatten tussen de 3 en 6 procent vezels. Dieetvoeding kunnen tussen de 8 en 25 procent vezels bevatten.

Water

Water is het meest voorkomende molecuul in het lichaam van uw hond (het lichaam van je hond bestaat voor twee derde uit water) en is essentieel voor elke functie, van het verteren van voedsel tot het rennen over het erf. In het maag-darmkanaal lost water voedingsstoffen op om ze voor te bereiden op de spijsvertering en helpt het de voedingsstoffen door de darmwand te transporteren.

Je hond verliest op verschillende manieren vocht, via speekselvorming en ademhaling, en via urine en uitwerpselen. Als je hond meer water verliest dan dat hij opneemt, lijdt hij aan uitdroging. Ernstige uitdroging kan fataal zijn als het onbehandeld blijft. Zorg dus dat er altijd schoon, vers drinkwater beschikbaar, voor, tijden én na het eten.

Enzymen

Enzymen spelen vaak in combinatie met vitaminen een rol bij vrijwel elke reactie in het lichaam. Het zijn eiwitten die chemische reacties in het lichaam tot stand brengen. Elk enzym is de katalysator van één specifieke reactie, en daarom bestaan er zoveel verschillende enzymen. De alvleesklier scheidt verschillende soorten enzymen af die helpen bij de spijsvertering. Naast enzymen die door de alvleesklier worden afgescheiden, zijn er ook enzymen aanwezig in vers voedsel. Bij de meeste honden produceert de alvleesklier voldoende enzymen voor de spijsvertering. Bij sommige honden is de werking van de alvleesklier echter niet optimaal. Oudere honden hebben vaak moeite met het volledig afbreken van hun voedsel voor een optimale opname van voedingsstoffen, net als honden met pancreatitis (ontsteking van de alvleesklier) of alvleesklierkanker

Vitaminen

Honden hebben 14 verschillende vitaminen nodig. Op enkele uitzonderingen na maken honden deze vitaminen niet zelf aan, wat betekent dat ze deze vitaminen uit hun voedsel moeten halen. Vitaminen nemen deel aan talrijke chemische reacties die helpen om de nodige voedingsstoffen uit het voedsel vrij te maken en het lichaam van de hond helpen om deze voedingsstoffen te gebruiken. Vitaminen kunnen zowel in water als in vet oplosbaar zijn.

In water oplosbare vitaminen

In water oplosbare vitaminen moeten dagelijks worden aangevuld, omdat zij voortdurend worden afgebroken en uitgescheiden. Het gaat om de volgende vitaminen:

Thiamine (vitamine B1): Bevordert een goede eetlust en een normale groei. Nodig voor de energieproductie.

Riboflavine (vitamine B2): Bevordert de groei.

Pyridoxine (vitamine B6): Helpt bij het metabolisme van eiwitten en de

vorming van rode bloedcellen.

Pantotheenzuur: Nodig voor energie en voor het metabolisme van eiwitten.

Niacine: Bestaat in veel enzymen die koolhydraten, eiwitten en vetten verwerken.

Vitamine B12: Noodzakelijk voor de DNA-synthese en de darmfunctie.

Foliumzuur: Werkt samen met vitamine B12 en in veel van dechemische reacties.

Biotine: Werkt als een component van verschillende belangrijke enzymsystemen.

Choline: Nodig voor een goede overdracht van zenuwimpulsen en voor het gebruik van zwavelhoudende aminozuren. Vitamine C: Helpt bij de collagenvorming, zorgt voor sterke botten, kraakbeen, tandvlees, hui en tanden.

In goed hondenvoer zijn de juiste hoeveelheid van deze vitaminen voor je hond aanwezig. Over het algemeen is een teveel van deze in water oplosbare vitaminen onschadelijk, omdat ze in de urine worden uitgescheiden. Zolang je hond een complete en evenwichtige voeding van hoge kwaliteit eet en gezond is, hoef je geen zorgen te maken over het aanvullen van haar voeding met wateroplosbare vitaminen.

Vetoplosbare vitaminen

Vetoplosbare vitaminen hoeven niet elke dag in de voiding worden opgenomen, omdat overtollige hoeveelheden worden opgeslagen in het vet van het lichaam van de hond. Langdurige opslag betekent dat ze zich kunnen opstapelen in het lichaam en giftig worden, maar dit is zeer zeldzaam. Je hond heeft de volgende vetoplosbare vitaminen nodig:

Vitamine A: Noodzakelijk voor een goed gezichtsvermogen, vooral ’s nachts. Belangrijk voor de botgroei, de voortplanting en het onderhoud van weefsels zoals de longen, de darmen en de huid.

Vitamine D: Bevordert de opname van calcium en fosfor, wat op zijn beurt weer zorgt voor de groei en het onderhouden van botten en tanden bij je hond.

Vitamine E: Een antioxidant die de cellen (en het hondenvoer) beschermt tegen oxidatieve schade. Belangrijk voor de spier- en voortplantingsfunctie.

Vitamine K: Essentieel voor een normale bloedstolling.

Mineralen

Mineralen zijn in kleine hoeveelheden aanwezig in de weefsels van alle levende wezens. Vooral tanden, botten, spieren en zenuwen bevatten veel mineralen. Hoewel de FEDIAF richtlijnen geeft voor de minimumhoeveelheden mineralen die nodig zijn voor de groei en ontwikkeling van honden, hangt de mineraalbehoefte van elke hond af van zijn huidige gezondheidstoestand. Als een hond bijvoorbeeld een ijzertekort heeft, zal hij meer ijzer uit het darmkanaal nodig hebben en opnemen. Ook werkhonden en zieke of gestreste honden kunnen een hogere behoefte hebben.

Mineralen kunnen in twee groepen worden verdeeld: hoofdmineralen en sporenelementen. De behoefte aan hoofd mineralen wordt uitgedrukt in grammen per dag, terwijl de behoefte aan sporenelementen wordt uitgedrukt in milligrammen of microgrammen per dag. Van een aantal sporenmineralen is bekend dat ze nodig zijn voor de gezondheid van de hond, van andere is de rol minder bekend. Het lichaam van je hond heeft een balans van mineralen uit beide groepen nodig voor een optimale gezondheid. Voor een aantal sporenelementen is de marge tussen de minimale behoefte en giftige hoeveelheid erg nauw. Een reeds uitgebalanceerd hondenvoer aanvullen met mineralen kan dus meer problemen veroorzaken dan dat het oplost.

Belangrijkste mineralen

De vier belangrijkste mineralen zijn calcium, fosfor, magnesium en zwavel. Calcium en fosfor zijn de belangrijkste mineralen in de voeding van honden, vooral in die van opgroeiende pups. Calcium is nodig voor het samentrekken van de spieren, de zenuwoverdracht en de bloedstolling. Het is ook nodig voor de activering van talrijke enzymen die van invloed zijn op vrijwel elk proces in de cel. Fosfor speelt een rol bij vrijwel alle chemische reacties in het lichaam van uw hond. Beide stoffen versterken de botten en tanden van jouw hond.

Hoewel de verhouding tussen calcium en fosfor in hondenvoer belangrijk is, is de totale hoeveelheid calcium dat je hond binnenkrijgt misschien nog wel belangrijker. Een teveel aan calcium veroorzaakt skeletproblemen zoals heup- en elleboogdysplasie, osteochondrosis dissecans (degeneratie van het gewrichtskraakbeen), en andere bot- en gewrichtsproblemen. Calciumtekorten komen vaak voor bij honden die volledig met vlees gevoederd worden. Een ernstig tekort aan calcium kan rachitis en misvormingen van de botten veroorzaken. Een matig tekort kan spierkrampen, een verminderde groei en gewrichtspijn veroorzaken.

Op het moment van schrijven van dit artikel bevatten alle kwaliteitsvoer voor volwassen honden, geproduceerd door grote fabrikanten, voldoende calcium om een gezonde groei van puppy’s te ondersteunen, ook die van reuzenrassen. Wees dus voorzichtig met het toedienen van extra vitaminen en mineralen, met name calcium, als je een puppy voert met premium hondenvoer.

Voeg nooit beendermeel toe aan een volledige en evenwichtige voeding. Niet alleen is de kans groot dat je de kritieke calcium-fosfor verhouding verstoort, maar ook het vermogen van jouw hond om vele andere mineralen die hij nodig heeft op te nemen en te gebruiken wordt vermindert.

Magnesium activeert vele enzymen en het helpt ook de absorptie en het metabolisme van veel andere vitaminen en mineralen te bevorderen, waaronder vitamine C en E, calcium en fosfor. Net als calcium en fosfor is magnesium belangrijk voor de groei en ontwikkeling van botten. Het is zelfs zo dat 70% van het magnesium in het lichaam van je hond in zijn botten bevindt. Magnesiumtekort komt zelden voor in uitgebalanceerde, complete hondenvoeding. De absorptie ervan kan echter worden belemmerd als de voeding te rijk is aan calcium en fosfor. Je hond heeft zwavel nodig voor het aanmaken van diverse bestanddelen in zijn lichaam, met name eiwitten. Zwavel is ook een belangrijk bestanddeel van gewrichtsvloeistof en kraakbeen en is dus belangrijk voor gezonde gewrichten.

Sporenelementen

Je hond heeft slechts zeer kleine hoeveelheden sporenelementen in zijn voeding nodig. Sporenmineralen komen voor in vlees en granen en worden als supplement aangeboden in complete en uitgebalanceerde premium hondenvoer. Een evenwichtige voeding is nog steeds de beste bron van alle vitaminen en mineralen die nodig zijn voor een optimale gezondheid.

Tot de sporenelementen behoren de volgende:

– IJzer: IJzer is aanwezig in elke cel in het lichaam. Het is samen met eiwitten en koper, bijzonder belangrijk voor de aanmaak van rode bloedcellen, die verantwoordelijk zijn voor het transport van zuurstof vanuit de longen naar elk deel van het lichaam. Honden met een ijzertekort ontwikkelen bloedarmoede. Maar denk eraan, ijzer is slechts in kleine hoeveelheden nodig, dus het is belangrijk dat je geen supplementen met ijzer geeft, tenzij je een recept hebt.

– Zink: Zink is belangrijk bij de stofwisseling van verschillende vitaminen, met name de B-vitaminen. Het is ook een bestanddeel van verschillende enzymen die nodig zijn voor de spijsvertering en de stofwisseling, en het bevordert ook de genezing. Je hond heeft zink nodig voor een gezonde vacht. Sommige hondenrassen, zoals Siberische Husky’s, lijken problemen te hebben met de absorptie en/of het gebruik van zink. Deze honden ontwikkelen een slechte vacht en een droge, schilferige huid met zweertjes (vooral op neus en mond) en stijve gewrichten, tenzij ze zink krijgen toegediend.

– Koper: Koper is een spoormineraal dat veel verschillende functies heeft.

Het is nodig voor de aanmaak van bloed en voor een goede opname van ijzer. Het is ook betrokken bij de productie van bindweefsel en bij genezing. Koper komt voor in vis, lever en diverse granen. De hoeveelheid koper in een graansoort is gerelateerd aan het kopergehalte in de grond waar de graansoort is verbouwd. Een tekort aan koper kan bloedarmoede en afwijkingen aan het skelet tot gevolg hebben. Sommige hondenrassen, zoals Bedlington Terriers en Doberman Pinschers, kunnen een genetisch probleem hebben dat de stofwisseling van koper verstoort. Bij deze honden wordt het koper in de lever opgeslagen tot een giftig niveau, met hepatitis als gevolg.

– Jodium: Jodium is essentieel voor het goed functioneren van de schildklier, die de stofwisseling en het energieniveau van het lichaam regelt en de groei bevordert. Jodium komt in hoge concentraties voor in vis. In de meeste soorten hondenvoer wordt dit voldoende toegevoegd voor de gezondheid van de hond.

– Selenium: Selenium werkt samen met vitamine E om oxidatieve schade aan cellen te voorkomen. Het is slechts in zeer kleine hoeveelheden in de voeding nodig. Vlees en granen zijn goede bronnen van selenium. Bij honden leidt een teveel aan selenium tot het afsterven van de hartspieren en tot schade aan de lever en de nieren. Een tekort leidt tot degeneratie van de hart- en skeletspieren.

– Mangaan: Mangaan is een bestanddeel van veel verschillende enzymsystemen in het lichaam. Het belangrijkste is dat het enzymen activeert die het metabolisme van voedingsstoffen reguleren. Het wordt gevonden in peulvruchten en volkoren granen; dierlijke ingrediënten zijn geen goede bron van mangaan.

– Kobalt: Kobalt is een onderdeel van vitamine B12, het is een essentiële vitamine. Kobalt komt veel in dierlijke voedingsmiddelen . Het is noodzakelijk voor de bloedvorming.

Naast deze sporenelementen zijn er nog andere sporenelementen waarvan bekend is dat ze belangrijk zijn bij proefdieren, maar waarvan de rol bij honden onduidelijk is, zoals molybdeen, cadmium, arsenicum, zilver, nikkel, lood, vanadium en tin.

Wetenschappers ontdekken steeds meer over de voedingsbehoeften van honden en beginnen in te zien dat onze honden voor een optimale gezondheid wellicht andere voedingsstoffen nodig hebben dan alleen maar om tekorten te voorkomen. Bespreek vragen over voeding altijd met je dierenarts en neem het advies van een dierenarts boven dat van iemand die hondenvoer verkoopt, want winkels kunnen de merken promoten die hen een grotere winstmarge opleveren. En als je een vraag hebt over een specifiek hondenvoer, bel dan de fabrikant.